Direct downloads

Op deze pagina is een deel van mijn recente werk als PDF te downloaden.

Net als een paar decennia terug is er momenteel veel discussie over de inzet van nieuwe technologie en de gevolgen voor arbeid. Het debat gaat vooral over de inzet van robots en het verdwijnen van banen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat robots als vervanging van arbeid worden ingezet zodra ze technisch beschikbaar zijn. Substitutie van werk door robots zou bij uitstek in deze tijd het geval zijn...
Er zijn diverse aanwijzingen dat de inzet van nieuwe technologie leidt tot verschuivingen op de arbeidsmarkt. Vooral robotisering trekt hierbij de aandacht. Uit een grootschalige enquête onder het Nederlandse bedrijfsleven blijkt echter dat het met de adoptie van robots nog niet zo’n vaart loopt in Nederland. Vooralsnog valt het gebruik in het niet bij digitalisering en hee het nog weinig impact op de arbeidsmarkt.
Today, there is a widespread suggestion that permanent workers are increasingly subject to precarious working conditions. Due to international competition and declining union density, job qualities of permanent workers are assumed to be under strain. According to proponents of a democratization of risk rationale, low job qualities that were traditionally attached to secondary labour markets are transferred to workers in primary segments of the labour market. In this study, the authors test this theoretical rationale among workers in 11 Western European economies, using two waves of the European Working Conditions Survey. The results do not confirm a democratization of labour market risk. Lower job qualities are highly associated with flexible employment contracts and highlight a clear gap between insiders and outsiders.
De sterke groei van flexibele arbeid wordt vaak gezien als een onvermijdelijk gevolg van economische, technologische, politiek-institutionele en sociale processen. Dit verken- nende onderzoek bij vier bedrijven in de audiovisuele branche en de transportsector laat evenwel zien dat bedrijven een aanzienlijke keuzeruimte hebben. Bedrijven die op dezelfde markt opereren, maken verschillende keuzes ten aanzien van zowel de omvang van de inzet van flexibele arbeid als de omgang met flexibel personeel. Anders dan in de literatuur doorgaans wordt verondersteld, blijken sommige bedrijven wel degelijk te investeren in hun flexibele medewerkers en een duurzame relatie met hen op te bouwen. Dit vergroot de commitment van deze flexibele werkers en draagt bij aan extrarol-ge- drag. De tevredenheid van flexibel werkenden hangt echter niet direct af van de investe- ringen van het bedrijf. In de audiovisuele branche is het zo vanzelfsprekend dat bedrijven niet in hun medewerkers investeren, dat de flexibel werkenden dit niet als een schending van het psychologisch contract ervaren.
De Nederlandse arbeidsmarkt verkeert in een lange periode van economische achteruit‐ gang. Vele bedrijven moeten hun deuren sluiten en de risico’s van werkloosheid lopen op. Toch zijn de risico’s op de arbeidsmarkt niet gelijk verdeeld. Met name (laagopge‐ leide) jongeren zijn meer dan gemiddeld inactief. Net als in de crisis van de jaren tachtig dringt zich de vraag op of we te maken hebben met een verloren generatie. Op basis van 35 diepte-interviews met werkloze jongeren kan worden geconcludeerd dat er verschil‐ lende typen jeugdwerklozen zijn en dat zij zich vooralsnog zeker niet als lid van een ‘ver‐ loren generatie’ beschouwen.
Most research on outsourcing looks at cost-driven, resource-based or transformational motives to understand outsourcing decisions at the company-level. This article brings in the workers’ perspective, which is a topic that has not been the focus of attention of most previous studies. The article takes cross-national data for 18,264 companies in 18 European economies to examine the role of worker power on outsourcing decisions. According to the results from multilevel logistic analysis and contrary to the authors’ expectations, worker power relates to a higher likelihood of outsourcing. This article concludes with some thoughts on this finding and presents some directions for future research.